De kracht van een inleiding met een persoonlijk verhaal

De kracht van een inleiding met een persoonlijk verhaal

De check-in van een (team)bijeenkomst… wat kan de invulling ervan toch een groot verschil maken voor de opbrengst ervan. En dan heb ik het over het bevorderen van onderlinge verbinding, betrokkenheid, vertrouwen en veiligheid: cruciaal voor excellent teamwork.

Hoe ik het zie: De check-in vormt de start van een bijeenkomst. Doel ervan is het richten van focus en aandacht, en ook het bevorderen van ‘een leider in elke stoel’ (gedeeld eigenaarschap). Twee componenten zijn van belang: de inleiding door de host en ‘het horen van iedere stem’. De host is degene die de bijeenkomst initieert of degene die het thema inleidt. Het horen van iedere stem geef je meestal vorm door eenieder uit te nodigen een intentie te delen. Daarmee vormt de check-in een belangrijk middel in het realiseren van de doelen van de bijeenkomst, en dan is ‘belangrijk’ mijns inziens een understatement.

In de afgelopen weken was ik onder de indruk van een aantal check-ins dat ik begeleidde. Deze verschilden in stijl en inhoud, maar hadden één ding gemeen: een persoonlijk en kwetsbaar verhaal. Het ene verhaal over het verlies van een kleindochter, de kracht vinden om door te gaan en steun vinden in het luisterend oor van een collega. Een ander verhaal over een periode van gemis aan steun, je focus richten op wat wel lukt en steun vinden in de waardering van een collega.

Dit raakt aan feedback die we regelmatig ontvangen in teambijeenkomsten. Dat we de oren spitsen, dat we gemakkelijker kunnen (blijven) luisteren als het verhaal van de ander persoonlijk wordt. Dan gaat het echt ergens over, dan raakt het, komt het echt binnen. Het zijn deze momenten die we onthouden, die ons motiveren en die zo bijdragen aan leren en duurzaam veranderen.
Helaas zo tegengesteld aan de feedback die ik tegenwoordig ook vaak hoor: hoe standaard check-ins met rationele inleidingen en herhalende standaardvragen leiden tot inspiratieloze en energievretende bijeenkomsten.

Wat herken ik de waarde uit de voorbeelden die ik noem. Natuurlijk heb ik al tig keer verkondigd dat het belangrijk is om bij tegenslagen door te gaan. Natuurlijk weet ik rationeel prima dat het helpt om bij een gemis aan steun te focussen op wat wel lukt. Maar dit terug te horen in een persoonlijk verhaal maakt dat ik de waarde van deze bekende (oma-)wijsheden’ echt kan doorvoelen, kan doorleven. En gemakkelijker kan doorvoeren naar issues waar ik zelf tegenaan loop in mijn leven en werk.

Herken je dit? Leuk als je hier iets deelt over inleidingen die voor jou verschil hebben gemaakt…

klik hier om verder te lezen over sociale veiligheid

Foto van Vidar Nordli-Mathisen op Unsplash

Beste John, beste Edwin, beste Mark (Rutte), beste ….

Beste John, beste Edwin, beste Mark (Rutte), beste ….

Beste John, beste Edwin, beste Mark (Rutte), beste…,

Het geeft niet dat je niet precies weet hoe je dit in de toekomst kunt voorkomen. Het geeft niet dat je denkt dat het met protocollen opgelost is. Of met het aanstellen van een vertrouwenspersoon. Het geeft niet zozeer dat je niet weet hoe een bedrijfscultuur werkt, hoe ziekmakend die kan zijn en daarmee de werkomgeving onveilig maakt. Al heb je je er op jouw positie op z’n minst in te verdiepen. En mensen in te huren om te doen waar je zelf geen verstand van hebt (dat doe je immers ook voor marketing en IT).

Het geeft wel dat je niet begrijpt dat jonge mensen (meisjes én jongens) onder de indruk kunnen zijn van mensen op belangrijke posities. En dan hun mond niet durven opendoen. Het geeft ook dat je wegkijkt en niet aanspreekbaar bent op misstanden die er onder jouw verantwoordelijkheid gebeuren. Of zaken bagatelliseert met een glimlach en niets doet. Dan voelen mensen zich niet gehoord en gekend in hun leed. En doen daders het gewoon weer. Daar krijgen ze immers alle ruimte voor. Of het nu muzikanten, voetbaldirecteuren of belastingdienstmedewerkers zijn.

Want dit gaat niet alleen over vrouwen. Het gaat ook over brandweermannen in Amsterdam en gezinnen met een kinderopvangtoeslag.

Duidelijk is in ieder geval dat gevoel voor sociale en psychologische veiligheid op de werkvloer een (inter)nationale blinde vlek is. De voorbeelden van de ernstige gevolgen daarvan tuimelen over ons heen. Het is hoog tijd om gesprekken over wat er mis gaat uit de schaduw te halen en op tafel te leggen.

Beste John, Edwin, Mark en … de eerste stap is aan jou.

Hulp nodig bij het vergroten van de sociale veiligheid op de werkvloer? Wij hebben er jaren ervaring in.

Stelvio coaching & advies organiseert 21 APRIL een EVENT over Sociale veiligheid. Je bent meer dan welkom!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Houd op met die betutteling

Houd op met die betutteling

Er moet me iets van het hart. Sinds Corona verschijnen overal goedbedoelde aanwijzingen dat we 1,5 meter afstand moeten houden, dat we onze handen moeten wassen en moeten niezen in onze ellenboog. Niks mis mee, zeker in de beginfase toen we allemaal erg moesten wennen aan deze nieuwe situatie.

Echter, voor mij zit er een grens aan al deze goedbedoelde aanwijzingen. Zeker wanneer ze in mijn ogen omslaan naar betutteling en afbreuk doen aan mijn en ieders eigen verantwoordelijkheid.

Zo werken wij met Stelvio Coaching & Advies in een verzamelgebouw in Utrecht. Een prima plek waar doorgaans veel reuring is in de gang waar ons kantoor is gevestigd. Maar niet nu, Corona.

Al vrij in het begin had de uitbater van dit gebouw keurig een aantal stickers op de vloer geplakt met de mededeling  1,5 meter afstand te houden. Maar wat schetst mijn verbazing (en daarmee ook irritatie): één van de mede huurders op dezelfde vleugel heeft daar een paar weken geleden eenzelfde sticker met looproute aan toegevoegd.

Je moet je voorstellen, de gang is 1,5 meter breed en is nu beplakt met stickers. Aan de rechterzijde van de gang een pijl voor rechthouden de gang in aan de linkerzijde een pijl voor de looproute rechts houden de gang uit. Bij elke vergaderruimte staat op de deur beschreven hoeveel personen er binnen mogen zitten én in de vergaderruimtes is op de tafels, echt waar, een sticker geplaatst waar je wel en niet mag zitten aan de tafel! Of dat medewerkers van deze organisatie niet zelf even kunnen nadenken dat ze met 1,5 meter afstand slechts een deel van de vergadertafel kunnen gebruiken.

Ik ben in mijn werk als organisatiecoach bijna dagelijks bezig met vraagstukken die gaan over het bevorderen van verbinding tussen medewerkers en het vergroten van verantwoordelijkheid. Als ik die stickers zie, kan ik niet anders dan nieuwsgierig worden hoe het binnen deze organisatie op onze gang gesteld is met dit verantwoordelijkheidsgevoel van hun medewerkers? En in hoeverre zij, in lijn met die situatie, nu goed hebben aangesloten bij wat deze medewerkers nodig hebben om in Coronatijd goed hun werk te doen. Mooi moment om eens op te reflecteren.

Zie jij ook kansen en mogelijkheden te leren van de Corona-crisis en wil je met je team sterker uit deze Corona-crisis komen? Bel dan voor een afspraak, of lees meer op https://stelvio.nu/lessons-learned/

 

 

 

 

 

 

 

 

Meeliften met de tijd

Meeliften met de tijd

In ons werk kijken we steeds naar hoe de dingen gaan en waar ze beter kunnen. Hoe we kunnen leren ook van de veranderingen om ons heen. Soms is de tijd nog niet rijp voor een verandering en hebben we nog even te wachten. En soms dient hét moment zich aan. Dat laaste geldt bijvoorbeeld voor het veranderen van de indeling van het schooljaar. Daarvoor is het nú de tijd.

De schoolvakanties zijn weer begonnen. Zes of meer (!) lange weken zonder school. Zes weken waarin iedereen met schoolgaande kinderen op vakantie moet.
Zes lange weken, oorspronkelijk bedoeld om onze ouders te kunnen helpen met het binnenhalen van de oogst. Nou ja, dit werd lang, ook door mij, geloofd maar blijkt helemal niet waar te zijn. Als je er even over nadenkt ook best logisch; oogsten gebeurt juist na de zomer in de oogstmaanden.

De schoolvakantie dateert van rond 1800 en vloeit onder andere voort uit de industriële revolutie. Socialisten en vakbonden pleitten toen namelijk voor kortere werkdagen en meer ruimte voor rust en recreatie.
Ook volgens 19e eeuwse onderwijskundige opiniemakers was een lange vakantie in de zomer een goed idee. Kinderen konden dan goed uitrusten en leerkrachten zich voorbereiden op een nieuw schoolseizoen

We leven inmiddels al een tijdje niet meer in de 19e eeuw en de industriële revolutie ligt ook alweer de nodige tijd achter ons. Hoog tijd om nut en noodzaak van de zomervakantie weer eens te agenderen. Niet dat dat nooit eerder gebeurde. Met enige regelmaat worden de zes lange weken zomervakantie ter discussie gesteld. Eerder leken er alleen nooit voldoende redenen of argumenten om de ‘zomer shutdown’ met pensioen te sturen.

Tot nu!

Veel scholen hebben laten zien dat ze prima in staat zijn online onderwijs te bieden. Ook mooie vormen van hybride onderwijs ontstonden, waarbij een deel van de kinderen in de klas en een ander deel thuis onderwijs volgt.

Ook werken blijkt verrassend goed te gaan buiten kantoortuinen en kantoortijden. Het woord flexplek heeft de afgelopen maanden een complete metamorfose ondergaan en werken blijkt opeens mogelijk vanaf de meest onvermoede plekken.

En wat te denken van de veelgehoorde en naar mijn mening volkomen terecht klacht van leerkrachten over te grote klassen. Ook iets waarvoor met het loslaten van de vaste vakanties allerlei oplossingen ontstaan.

En dan heb ik het nog niet eens over het risico op ernstige verkeersongevallen met kinderen dat ieder jaar na de zomervakantie bijna twee keer zo hoog is als in de rest van het jaar.

Omdat alle vakanties van heel Nederland in zes weken proppen maatschappelijk tot teveel ongemakken leidt, werd lang geleden de vakantiespreiding bedacht. Daardoor verkeert de BV Nederland tegenwoordig zo ongeveer de hele zomer in een slaapstand. En draait de vakantiesector juist overuren. Beide nogal ongewenst als je het mij vraagt. Zeker nu.
Door de zogenaamd intelligente lockdown heeft de economie inmiddels al veel te lang geslapen. En op volle vakantiebestemmingen zitten we vanwege het besmettingsrisico al helemaal niet te wachten.

Kortom; dit is het moment om afscheid te nemen van die stokoude en achterhaalde zomervakantie.

Ik hoor ons nu al tevreden verzuchten “dat hadden we jaren eerder moeten doen”.

Marieke Kooiman

Zie jij ook kansen en mogelijkheden of wil je met je team sterker uit de CORONA-crisis komen? Bel gerust voor een afspraak, of lees meer op https://stelvio.nu/lessons-learned/

 

 

 

 

 

 

Betere en mindere dagen

Betere en mindere dagen

Heb jij dat ook. Dat veel, net als in het vertrouwde leven van voor half maart, weer redelijk normaal aanvoelt. Ik weet natuurlijk niet hoe het jou vergaat, maar bij mij rijgen de dagen zich opnieuw haast onmerkbaar aaneen.

Niet dat de dagen hetzelfde zijn trouwens; er zijn duidelijk betere en mindere dagen. Dagen waarop het lekker loopt en je vooral de voordelen van het thuiswerken ziet. Geen reistijd, lekker ongestoord door kunnen werken.

Hopelijk heb jij ze niet of nauwelijks, maar ik ken ook mindere dagen. Dagen die zich kenmerken door onrust. Een onrust die je, als uit het niets, kan overvallen. Een nare sterke onrust. Je zou het zelfs een klein paniekje kunnen noemen. Maar laten we dat woord verder niet noemen, brrrr.

De onrust gaat meestal over werk.
Over “hoe het allemaal moet”. Hoe we toch voor elkaar kunnen krijgen wat we graag willen. In de huidige situatie die dus op onderdelen redelijk normaal lijkt en tegelijk toch ook zo ongelooflijk niet normaal is.

De onrust heeft de rottige gewoonte stilletjes aan te komen sluipen om je overwacht te kunnen bespringen. Het liefst ’s ochtends. En dan niet gewoon rond koffietijd als er gelegenheid is om een goed gesprek met de afdeling onrust te voeren. Nee, het meest doeltreffende bespringen vindt plaats bij het ochtendgloren. Een mooi woord, maar met de zomer in zicht, voltrekt dat ochtendgloren zich dus wel ruim vóórdat het 5.00 (!) uur is.

Gewoon opstaan en van je af schudden, kun je denken. Inderdaad een goed idee en waarschijnlijk ook behoorlijk doeltreffend. Punt is alleen dat velen van ons de moed daarvoor op een willekeurige donderdagmorgen 5.03 uur nog niet binnen handbereik hebben. Ik in ieder geval niet.

En dat betekent veelal het begin van een mindere dag. Je probeert nog wat te slapen of snoozen, maar het kwaad is al geschied. Je staat op een gegeven moment toch op en doet je best zo gewoon mogelijk aan de dag te beginnen. De onrust heeft zich inmiddels getransformeerd tot een zeurend, onbestemd gevoel en maakt alles wat je wilt of moet doen net een tikje lastiger. Stroperig, grijzig, dat werk.

Er zijn twee dingen die helpen
Om te beginnen contact met een collega of vriend(in). Ik heb het grote geluk dat daar in mijn geval nauwelijks licht tussen zit. Gewoon even kunnen vertellen wat er is, wat je bezig houdt, geeft lucht en licht. En kan zo ongelooflijk goed helpen om de afdeling onrust al ver voor de koffie naar huis te kunnen sturen.

Als bellen, of desnoods appen er even niet in zit, helpt het om iets kleins te doen. Een piepklein taakje uitvoeren dat toch gebeuren moet. Of alvast een voorzichtig beginnetje maken met iets groters. Beginnen en iets doen geven namelijk moed en voor je het weet wordt het zo toch een vrij aardige dag. Zit je toch opeens weer met een fijne kop koffie op de bank voor het acht uur journaal.

Fijne dag!
Marieke

ps. Dat acht uur journaal is nog wel even een dingetje.
Om te beginnen, wordt mij vrij regelmatig met puberaal gehoon duidelijk gemaakt dat het nogal old school is om anderen te laten bepalen wanneer je nieuws kijkt. Daarnaast is het nog maar zeer de vraag hoe slim het eigenlijk überhaupt is om het journaal te kijken, maar daar kom ik graag een andere keer op terug

 

 

 

 

 

 

 

Daar is geen tijd voor

Daar is geen tijd voor

“We zouden dat probleem eigenlijk eens tot op de bodem moeten uitzoeken.”
“Het zou goed zijn om de afspraken die we met elkaar maken eens goed en helder met elkaar vastleggen.”
“Wat zou het fijn zijn om als MT eens de mogelijkheid hadden met elkaar van gedachten te wisselen zonder de druk van een overvolle vergaderagenda.”
Maar ja, daar is geen tijd voor.
De waan van de dag slokt ons op, agenda’s zitten propvol en (nog) langer werken is ook niet echt een goed plan. Er is dus gewoon geen tijd om die dingen te doen die belangrijk zijn. De dingen die ons verder helpen doelen te bereiken of samenwerken beter en fijner maken.

Vraag is of het wel echt waar is.

De ervaring leert inderdaad dat er de komende weken of misschien zelfs maanden met de beste wil van de wereld geen gaatje te vinden is.
En dus laten we het zoals het is en verzuchten we nu en dan tegen onszelf of elkaar dat er zo weinig tijd is voor wat we eigenlijk zouden willen. Maar wat als je nu, het is december, alvast een paar uur inplant in februari. Voor het aanpakken van probleem X, kwestie IJ of om als team de tijd te nemen voor een agendaloos MT. 
Ik hoor je bijna denken “pas in februari, dan heeft het al bijna geen zin meer.” Begrijpelijk en misschien wel net zo waar.

Het alternatief is de bedoelde zaken te laten voor wat ze zijn. Wetend dat ze tijd en aandacht nodig hebben. Meestal vatten ze overigens vroeg of laat vlam en moeten we onze agenda’s leegpoetsen om een brandje te blussen. Het is dus maar net waar je voor kiest.