Meeliften met de tijd

Meeliften met de tijd

In ons werk kijken we steeds naar hoe de dingen gaan en waar ze beter kunnen. Hoe we kunnen leren ook van de veranderingen om ons heen. Soms is de tijd nog niet rijp voor een verandering en hebben we nog even te wachten. En soms dient hét moment zich aan. Dat laaste geldt bijvoorbeeld voor het veranderen van de indeling van het schooljaar. Daarvoor is het nú de tijd.

De schoolvakanties zijn weer begonnen. Zes of meer (!) lange weken zonder school. Zes weken waarin iedereen met schoolgaande kinderen op vakantie moet.
Zes lange weken, oorspronkelijk bedoeld om onze ouders te kunnen helpen met het binnenhalen van de oogst. Nou ja, dit werd lang, ook door mij, geloofd maar blijkt helemal niet waar te zijn. Als je er even over nadenkt ook best logisch; oogsten gebeurt juist na de zomer in de oogstmaanden.

De schoolvakantie dateert van rond 1800 en vloeit onder andere voort uit de industriële revolutie. Socialisten en vakbonden pleitten toen namelijk voor kortere werkdagen en meer ruimte voor rust en recreatie.
Ook volgens 19e eeuwse onderwijskundige opiniemakers was een lange vakantie in de zomer een goed idee. Kinderen konden dan goed uitrusten en leerkrachten zich voorbereiden op een nieuw schoolseizoen

We leven inmiddels al een tijdje niet meer in de 19e eeuw en de industriële revolutie ligt ook alweer de nodige tijd achter ons. Hoog tijd om nut en noodzaak van de zomervakantie weer eens te agenderen. Niet dat dat nooit eerder gebeurde. Met enige regelmaat worden de zes lange weken zomervakantie ter discussie gesteld. Eerder leken er alleen nooit voldoende redenen of argumenten om de ‘zomer shutdown’ met pensioen te sturen.

Tot nu!

Veel scholen hebben laten zien dat ze prima in staat zijn online onderwijs te bieden. Ook mooie vormen van hybride onderwijs ontstonden, waarbij een deel van de kinderen in de klas en een ander deel thuis onderwijs volgt.

Ook werken blijkt verrassend goed te gaan buiten kantoortuinen en kantoortijden. Het woord flexplek heeft de afgelopen maanden een complete metamorfose ondergaan en werken blijkt opeens mogelijk vanaf de meest onvermoede plekken.

En wat te denken van de veelgehoorde en naar mijn mening volkomen terecht klacht van leerkrachten over te grote klassen. Ook iets waarvoor met het loslaten van de vaste vakanties allerlei oplossingen ontstaan.

En dan heb ik het nog niet eens over het risico op ernstige verkeersongevallen met kinderen dat ieder jaar na de zomervakantie bijna twee keer zo hoog is als in de rest van het jaar.

Omdat alle vakanties van heel Nederland in zes weken proppen maatschappelijk tot teveel ongemakken leidt, werd lang geleden de vakantiespreiding bedacht. Daardoor verkeert de BV Nederland tegenwoordig zo ongeveer de hele zomer in een slaapstand. En draait de vakantiesector juist overuren. Beide nogal ongewenst als je het mij vraagt. Zeker nu.
Door de zogenaamd intelligente lockdown heeft de economie inmiddels al veel te lang geslapen. En op volle vakantiebestemmingen zitten we vanwege het besmettingsrisico al helemaal niet te wachten.

Kortom; dit is het moment om afscheid te nemen van die stokoude en achterhaalde zomervakantie.

Ik hoor ons nu al tevreden verzuchten “dat hadden we jaren eerder moeten doen”.

Marieke Kooiman

Zie jij ook kansen en mogelijkheden of wil je met je team sterker uit de CORONA-crisis komen? Bel gerust voor een afspraak, of lees meer op https://stelvio.nu/lessons-learned/

 

 

 

 

 

 

Betere en mindere dagen

Betere en mindere dagen

Heb jij dat ook. Dat veel, net als in het vertrouwde leven van voor half maart, weer redelijk normaal aanvoelt. Ik weet natuurlijk niet hoe het jou vergaat, maar bij mij rijgen de dagen zich opnieuw haast onmerkbaar aaneen.

Niet dat de dagen hetzelfde zijn trouwens; er zijn duidelijk betere en mindere dagen. Dagen waarop het lekker loopt en je vooral de voordelen van het thuiswerken ziet. Geen reistijd, lekker ongestoord door kunnen werken.

Hopelijk heb jij ze niet of nauwelijks, maar ik ken ook mindere dagen. Dagen die zich kenmerken door onrust. Een onrust die je, als uit het niets, kan overvallen. Een nare sterke onrust. Je zou het zelfs een klein paniekje kunnen noemen. Maar laten we dat woord verder niet noemen, brrrr.

De onrust gaat meestal over werk.
Over “hoe het allemaal moet”. Hoe we toch voor elkaar kunnen krijgen wat we graag willen. In de huidige situatie die dus op onderdelen redelijk normaal lijkt en tegelijk toch ook zo ongelooflijk niet normaal is.

De onrust heeft de rottige gewoonte stilletjes aan te komen sluipen om je overwacht te kunnen bespringen. Het liefst ’s ochtends. En dan niet gewoon rond koffietijd als er gelegenheid is om een goed gesprek met de afdeling onrust te voeren. Nee, het meest doeltreffende bespringen vindt plaats bij het ochtendgloren. Een mooi woord, maar met de zomer in zicht, voltrekt dat ochtendgloren zich dus wel ruim vóórdat het 5.00 (!) uur is.

Gewoon opstaan en van je af schudden, kun je denken. Inderdaad een goed idee en waarschijnlijk ook behoorlijk doeltreffend. Punt is alleen dat velen van ons de moed daarvoor op een willekeurige donderdagmorgen 5.03 uur nog niet binnen handbereik hebben. Ik in ieder geval niet.

En dat betekent veelal het begin van een mindere dag. Je probeert nog wat te slapen of snoozen, maar het kwaad is al geschied. Je staat op een gegeven moment toch op en doet je best zo gewoon mogelijk aan de dag te beginnen. De onrust heeft zich inmiddels getransformeerd tot een zeurend, onbestemd gevoel en maakt alles wat je wilt of moet doen net een tikje lastiger. Stroperig, grijzig, dat werk.

Er zijn twee dingen die helpen
Om te beginnen contact met een collega of vriend(in). Ik heb het grote geluk dat daar in mijn geval nauwelijks licht tussen zit. Gewoon even kunnen vertellen wat er is, wat je bezig houdt, geeft lucht en licht. En kan zo ongelooflijk goed helpen om de afdeling onrust al ver voor de koffie naar huis te kunnen sturen.

Als bellen, of desnoods appen er even niet in zit, helpt het om iets kleins te doen. Een piepklein taakje uitvoeren dat toch gebeuren moet. Of alvast een voorzichtig beginnetje maken met iets groters. Beginnen en iets doen geven namelijk moed en voor je het weet wordt het zo toch een vrij aardige dag. Zit je toch opeens weer met een fijne kop koffie op de bank voor het acht uur journaal.

Fijne dag!
Marieke

ps. Dat acht uur journaal is nog wel even een dingetje.
Om te beginnen, wordt mij vrij regelmatig met puberaal gehoon duidelijk gemaakt dat het nogal old school is om anderen te laten bepalen wanneer je nieuws kijkt. Daarnaast is het nog maar zeer de vraag hoe slim het eigenlijk überhaupt is om het journaal te kijken, maar daar kom ik graag een andere keer op terug

 

 

 

 

 

 

 

De last van solidariteit

De last van solidariteit

 

Ik ben nog nooit zo vaak opnieuw aan een blog begonnen als in deze weken. Het is m’n derde poging om iets op papier te zetten over wat er gaande is op dit moment. Een paar weken geleden – toen het allemaal net begon – leek het aardig iets te schrijven over het geheim van urgentie voor veranderen:

Wat lukt het coronavirus wél dat de klimaatcrisis niet lukt? (lege snelwegen, massaal vanuit huis werken en verschuiven van werktijden). Maar al snel werd me duidelijk dat zo’n verhaal de omvang van de situatie waarin we beland zijn onvoldoende recht doet.

Bij mijn tweede poging liet ik me inspireren door het ‘grote omdenken’ dat ik om me heen zag gebeuren en waar ik wel gevoelig voor ben: van het corona-virus naar het ‘everybody engaged-virus’(daar geloven we namelijk heel erg in, bij STELVIO). Hoe prachtig toch dat er zo ontzettend veel mooie initiatieven oppoppen, van voetbalsupporters die boodschappenpakketten van de voedselbank rondbrengen tot gepensioneerde verpleegkundigen en artsen die hun welverdiende pensioen voor even aan de kant schuiven om hun helden van oud-collega’s in de ziekenhuizen te gaan ondersteunen.

En dan de prachtige inspiratie die ik via appjes en social media ontvang, over dat niet alles stopt (“Maar de lente weet het niet”- Irene Vella: https://www.italie.nl/italia-varia/italiaans-gedicht-over-het-corona-virus/) en dat het een signaal van het universum is omdat er een major mindshift nodig is om het leefbaar te houden, met z’n allen op deze aardbol. Ik kon er best een eindje in mee, dacht ik, laten we er vooral positief naar proberen te kijken…

Maar waarom ben ik dan zo onrustig?

Hoe komt het dat ik niet veel verder kom dan de ramen aan de voorkant zemen, terwijl heel Nederland ondertussen het hele huis en de ganse tuin aan het opknappen is. Om nog maar niet te spreken van alle netflixtips die ik krijg…

Het heeft iets te maken met onzekerheid.

Onzekerheid over wat de (nabije) toekomst brengen gaat. Het voelt alsof ik in een vrije val de piramide van Maslow ben afgeduikeld. Van een leven waarin ik de basis op orde had, kon genieten van gezelligheid met vrienden en mijn werk me veel voldoening bracht, naar een situatie waarin ik me ineens weer druk te maken heb over inkomen en het dak boven mijn hoofd. In de overleefstand schiet ik dus. M’n reptielenbrein slaat aan. Vandaar die onrust. Mijn hersenen maken overuren, hoe houden we ons bedrijf overeind, hoe verdienen we snel weer voldoende geld. Ramen zemen of plinten verven lukt dan niet. Ook dat half uurtje niet. Een kwestie van een andere plek in de behoeftenhiërarchie.

En ik merk nog iets anders.

Solidariteit is het mantra deze weken.

Na de eerste grote schrik en het besef van de serieuze ramp die ons ten deel valt, duiken de berichten op over wat voor goeds dit alles ons ook kan brengen. Vertraging in een wereld die altijd maar te snel gaat, de luchtkwaliteit die verbetert en we brengen meer tijd met onze kinderen door dan ooit. En solidariteit. Hoe mooi om te zien dat dat er in grote hoeveelheid is.

En hoewel ik met liefde ieder jaar mijn inkomstenbelasting naar de belastingdienst overmaak, omdat ik geloof in solidariteit als basis voor een evenwichtige samenleving, word ik van de enorme loftuiting op diezelfde solidariteit deze dagen een beetje kribbig.

Het lijkt namelijk of er iets gebeurt wat ik in organisaties ook nogal eens tegenkom.  De plek der moeite noemen we het.  Je raakt iets aan wat niet zo fraai is of niet goed gaat en met de snelheid van het licht roepen mensen onmiddellijk dat er ook een heleboel wél goed gaat en enorm tof is. En dat het belangrijk is dat wij (als buitenstaander?) dat óók zien.

Onze reactie is dan vaak dat we zeker zien wat er allemaal goed gaat en dat dat heel mooi is en fijn (en dat vinden we ook echt), EN dat we graag samen willen kijken naar de schaduwkant die zojuist voorbijkwam… (‘ja iedereen doet enorm zijn best EN we zien ook dat het resultaat tekort schiet’, ‘ja solidariteit is prachtig EN er zijn mensen die in vier weken tijd hun levenswerk zien instorten’)

Het blijkt ingewikkeld om dat wat niet goed gaat onder ogen te komen, open op tafel te laten liggen, erbij te blijven, laat staan het er over hebben..

Dat gevoel bekruipt me een beetje bij alle berichten over de positieve kant van de komst van dit vreselijke virus. Dat het ontzettend ongemakkelijk is om het te hebben over wat een narigheid het allemaal met zich meebrengt. Als we maar met z’n allen hard genoeg roepen hoe bijzonder de grote solidariteit in onze samenleving is en dat we samen het virus er onder krijgen, hoeven we het niet te hebben over de kleine en grote rampen die zich aan het voltrekken zijn? Niet te kijken naar al het lelijks dat pijnlijk zichtbaar wordt?

Ik zie het ongemak bij de buurman, die me net vertelt dat hij deze corona-periode als een gouden kooi ervaart en tegen wie ik zeg dat het wegvallen van onze omzet direct gevolgen heeft voor mijn inkomen. En dat dat soms vreselijk moeilijk is. Ik heb het nodig dat het ook dáárover mag gaan. Zoals het ook moet kunnen gaan over de keuze die onze regering maakt vóór het beperken van een relatief klein aantal slachtoffers en het voorkomen van overbelasting in de zorg en daarmee tégen de grote maatschappelijke en economische gevolgen voor een groot aantal mensen.

Makkelijker onze solidariteit te prijzen..  

Voor mensen die gewend zijn dingen altijd op eigen kracht te doen, brengt solidariteit nog een andere last met zich mee. Solidariteit klinkt als ‘iedereen gelijk’ of we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Als er iets is wat solidariteit niet is, is het iedereen gelijk. Bij solidariteit zijn er namelijk mensen die geven en mensen die ontvangen. En daar zit ‘m de ongelijkheid.

Solidariteit is voor de gever nog altijd redelijk te doen. Het geeft gevoel van vrijheid, superioriteit (ook al willen we dat niet weten), misschien iets terugkrijgen ooit. Als je geeft, kun je ontspannen.

Maar hoe is dat voor de ontvanger? De noodgedwongen ontvanger?

Mensen die tot nu toe prima in staat waren hun eigen zaakjes te regelen, belanden plotseling in een situatie waarin ze het niet redden zonder hulp van anderen. Veelal door het wegvallen van inkomen, maar ook doordat ze niet naar buiten mogen om boodschappen te doen, thuiswerken moeten combineren met de kinderen helpen met school, niet meer het dagelijkse bezoekje naar een hulpbehoevende ouder kunnen maken.. Situaties waar niemand zich op heeft kunnen voorbereiden of voor heeft gekozen. En dan ineens heb je geen andere keuze dan hulp te aanvaarden.

Je hebt te ontvangen.

Ik ondervind het aan den lijve. Ben van de generatie ‘een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’. Grootgebracht met de boodschap dat ik voor mezelf moet kunnen zorgen. Ging best aardig tot nu toe. Het geeft me een fijn gevoel van onafhankelijkheid. Als er iets niet goed gaat, hoef ik in de meeste gevallen alleen maar het gesprek met mezelf te voeren. En nu is er corona. En red ik het niet in m’n uppie. Er komen kaarten van alle kanten en bloemen op vrijdag. Wandelmaatjes en de verzekering dat wat ik doe genoeg is. Inkomen wordt gedeeld. Ik word er stil van, geraakt door alle steun.

Maar hoe moeilijk is het om te ontvangen! Om ‘schulden’ op te bouwen. En ook nog bij de mensen die me het meest na staan. Bij wie onze relatie mij veel waard is.

Want als iemand iets voor mij doet, heb ik dat terug te geven. Of dat wat ik bijdraag moet tenminste gelijk zijn aan de bijdrage van de ander. Want ik wil niet in het krijt staan, dan ben ik niet meer onafhankelijk..

Laat mij maar geven. Genereus kan ik alles weggeven en delen. Maar ik realiseer me deze weken meer dan ooit, dat dat ook vraagt dat er iemand is die kan aannemen. Meestal was dat de ander, niet ik zelf. En dat brengt me bij hetgeen deze crisis, met z’n solidariteit, mij kan leren. Terwijl ik het liefst zou wegrennen bij mijn ‘gevers’, het liefst uit verbinding zou gaan (zó moeilijk vind ik het), alles gewoon zelf zou willen oplossen, heb ik te blijven. Terwijl het voelt alsof ik met het aannemen van hulp en steun schulden opbouw die onze relatie beschadigen, weet ik ook dat ik juist heb te leren ontvangen (= schuld maken) om de relatie goed te houden. Anderen moeten immers ook kunnen geven. Juist dan verbind ik me met hen, al doet het soms verrekte zeer.

Na 10 weken vol huis thuis zeg ik ja tegen een vriendin die aanbiedt om een hele dag de kinderen te vermaken, zodat ik tijd voor mezelf heb. Ik aanvaard de geruststelling van mijn collega’s die me zeggen dat het oké is als ik het werk vandaag even het werk laat. Ik vind het zomaar goed dat een andere vriendin helemaal mijn kant op komt om te gaan wandelen in plaats van dat we elkaar halverwege ontmoeten. Genieten van de lekkere koeken die mijn moeder me helemaal op de fiets komt brengen, lukt ook. En na vele weken oefenen ben ik trots op mijn grootste wapenfeit: drie boeken heb ik uit en de tuin staat vol gezaaide zomerbloemen. Tijd gegeven aan mezelf. En onwennig ontvangen van mezelf.

En dan brengt de last van solidariteit toch nog iets moois. Zo kan ik het dan ook wel weer zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De afdeling ‘vervelende vragen’

De afdeling ‘vervelende vragen’

Ik stel nogal eens vragen. Gewoon omdat ik zaken graag wil begrijpen. Bijvoorbeeld als ik een rol heb in een project. Dan wil ik graag echt snappen wat de bedoeling is van dat project. Wat het moet opleveren, wie welke rol heeft, wat wel en niet binnen het project valt en ga zo maar door.
Vaak krijg ik antwoord op mijn vragen. Bijna even vaak ook krijg ik geen antwoord.
Regelmatig blijkt de vraag die ik stel gewoon nog niet eerder gesteld te zijn. Fijn denk ik dan. Met een beetje mazzel zet de vraag op dat moment immers aan tot nadenken.

Redenen om niet te antwoorden
Soms schroom ik om te vragen wat iemand nu precies bedoelt. Of gewoon uit te spreken dat ik het niet helemaal snap. Die schroom kent verschillende redenen. Hier en daar krijg ik de indruk dat projecten opzettelijk vaag gehouden worden.

Soms zijn er bijvoorbeeld nog geen antwoorden omdat het project niet helemaal klopt. Er zijn open eindjes, maar daar is geen tijd of ruimte meer voor. ‘We weten niet precies om hoeveel gevallen het gaat, maar we gaan het wel gewoon doen’.

Of het project wordt gestart om het echte probleem niet te hoeven aanpakken. Dat gebeurt bijvoorbeeld nogal eens met het procesmatig werken. Waar eigenlijk daadkrachtig leiderschap nodig is, nemen we liever onze toevlucht tot het beschrijven van processen. Dan gaan mensen wel volgens die processen werken is de gedachte (of hoop)

Een andere keer is de noodzaak van een project niet glashelder, maar is er wel een belang dat maakt dat het toch uitgevoerd moet worden. ‘Het staat nu eenmaal in het jaarplan, dus het project moet gewoon uitgevoerd worden’.

Ook komt het geregeld voor dat de eigenaar van een project of plan het zelf ook nog niet tot in de details begrijpt. Op zich helemaal niet erg. Wel erg is dat niet weten blijkbaar onacceptabel is.

Nog eentje tot slot. Soms krijg ik geen antwoord uit angst dat het eigenlijk om iets heel eenvoudigs gaat als je het terug brengt tot de kern. En tsja, eenvoudig is niet altijd even sexy. Dan maar beter een uitgebreid, wollig of ambtelijk projectplan. 

Het nut van de ‘vervelende’ vraag
Op het moment dat ik een ‘lastige’ vraag stel, ontmoet ik in de regel niet direct enthousiasme. Regelmatig bestaat de reactie uit wrevel of ergernis, soms zichtbaar, vaak (bijna) onzichtbaar verborgen. 

Geregeld krijg ik later terug dat het fijn is dat er duidelijkheid is ontstaan. Dat het op het moment zelf echt heel vervelend was dat de bewuste vraag gesteld werd. Maar dat juist die ‘vervelende’ vraag leidde tot verbeteren. 

Wij van Stelvio zijn van het continu leren, veranderen en verbeteren. We vinden dat we uit ervaring moeten weten wat we onze klanten ‘aandoen’. “Practice what you preach” of zoiets.
Wees gerust; bij Stelvio is de afdeling ‘vervelende vragen’ goed bevolkt. Om een doodeenvoudige reden. De vragen dwingen ons tot een laagje dieper begrijpen.

Pas als we iets echt kunnen begrijpen, kunnen we ons ook ergens aan verbinden.

 

 

De kunst van kleine stapjes

De kunst van kleine stapjes

Ik ben van het uitstellen. En plannen zit ook niet zo in mijn natuur.

Heb eenvoudigweg te veel succeservaringen met voorbereiden op het laatste moment en te weinig voorbeelden waarin het mis ging. En nu staat december weer voor de deur. En ontwaakt mijn alertheid. Want als ik nu (lees: NU) niet begin met het maken van lijstjes en een planning, dan wordt deze maand voor mij een grote marathon, een uitputtingsslag.

De aankondiging is ieder jaar zo’n beetje op hetzelfde moment. Dit jaar was het 17 november, de dag dat die man met de rode mijter weer is aangekomen op zijn paardje Ozosnel. Vanaf dat moment gaat het me duizelen: schoencadeautjes kopen, helpen surprises maken, verjaardagsfeestje organiseren, kerstdagen plannen, pakketjes maken voor opa en oma in Italië, op tijd versturen en “o ja mam, ik moet een kersthapje maken voor het kerstdiner op school” (x2)… enzovoort..

Gewone dingen gaan ook gewoon door.

Zo heb ik gewoon mijn werk te doen, wordt er ook gewoon een beroep op me gedaan bij het overhoren voor een toets en blijft de wasmand tot mijn verrassing gewoon volstromen. Ons eigen Stelvio-kerstdiner hebben we omgedoopt tot een ‘Welkom 2020’- etentje in januari. Ik vermoed dat anderen ook zo’n maand hebben..

Iets wat ik door de jaren heen geleerd heb, is dat met alles wachten tot het allerlaatste moment, niet echt rustgevend is (hoe vreemd). Daar waar ik in m’n eentje nog een heel eind kwam, leidt dat eenmaal met een gezin tot stressverhogende taferelen. Iedere ouder kent de o zo welkome berichtjes van school. Op maandag een schoenendoos mee, op woensdag een uitje naar de bibliotheek, dus de fiets moet mee naar school (mét verlichting) en vergeet vooral niet op tijd in te schrijven voor het kersthandbaltoernooi… En dan is er ineens op maandagochtend in het hele huis geen schoenendoos meer te vinden (we hadden er toch nog 5 liggen!?) en weet zoonlief woensdag om 8.30 u echt niet meer waar zijn fietssleutel is. Voeg dit samen met de extra drukte in december en mijn feest is compleet. Dus nadat ik een aantal jaren achter elkaar puffend en chagrijnig de eindstreep van het jaar bereikte, voelde ik genoeg buikpijn om mezelf streng toe te spreken:

Ik moest het anders gaan doen.

Ik had al snel bedacht dat een weekkalender op het toilet, zichtbaar voor de hele familie, een goed begin is. Plotseling ben ik niet meer de enige die verantwoordelijk is voor het op tijd terugbrengen van de bibliotheekboeken (al een leuk experiment op zich). En de dingen van mijn hoofd naar de kalender verplaatsen scheelt de onrust van het onthouden. Een handige app vinden voor mijn To Do-lijst was ook zo gebeurd. Met dagelijkse reminders helpt die mij mooi om me te concentreren op dat wat er vandaag moet. Maar met een kalender en lijstjes-app ben ik er nog niet. De dingen moeten namelijk op de kalender en het lijstje terecht komen (da’s 1) én ik moet ook iets gaan doen met de reminders die ik krijg (da’s 2)! Tsja..

Het toverwoord is natuurlijk discipline..

Nou doet dat woord me direct denken aan een personal trainer in de sportschool. Onder stampende muziek pusht hij je over de grens van wat je voor mogelijk houdt. En dat dan 3x in de week. En een week de trap niet op kunnen vanwege de spierpijn. Over discipline gesproken. Tamelijk kansloos voor mij, iets met ‘moeten’ denk ik..

Maar ik heb iets geleerd. Ook mijn yogadocent gebruikt het woord discipline. Voor hem gaat het alleen niet over pushen, moeten en zweten. Hij heeft het over kleine stappen, continue aandacht en lief voor jezelf zijn. Met de bedoeling om jezelf te oefenen én verder te komen. Daar heb ik meer mee. Marieke en Erik, mijn collega’s bij Stelvio, leren me dat dit over KAIZEN gaat. Een Japanse filosofie, ontwikkeld in productieomgevingen, die gaat over voortdurend verbeteren op een manier die goed is voor mensen. Dus stoppen met pushen en zweten met alleen het einddoel voor ogen (HELP!). Maar wel kijken naar welk klein stapje je vandaag kunt doen, en morgen weer…  En als het vandaag even niet lukt, dan is er morgen weer een dag voor een volgende stap.

Dus als je iets wilt realiseren dat onmogelijk lijkt (in mijn geval een decembermaand zonder stress), is het de kunst om het in stukjes op te knippen.  En alleen dingen te doen die je dichter bij je doel brengen, in plaats van verder weg.

Ergens dit jaar ben ik begonnen. Werken aan steeds beter plannen en minder uitstellen. Mijn neiging was m’n stappen te groot te maken. Maar ze kunnen eigenlijk niet klein genoeg zijn. Met een beetje hulp zag het er als volgt uit:

  1. Nadenken over welke tool mij kan helpen overzicht te hebben
  2. Zorgen dat ik de tool kan gebruiken (ik heb voor een app gekozen: Rememberthemilk)
  3. De eerste taken in de tool zetten
  4. In mijn agenda voor de komende weken tijd blokken (10 minuten per dag is al goed) om te werken aan taken
  5. Iedere ochtend in de app kijken welke taken er te doen zijn
  6. Op het tijdstip dat in mijn agenda gereserveerd staat, werken aan een taak
  7. Tevreden zijn met iedere dag 10 minuten (pfff.. dat valt niet mee)
  8. Enzovoort…

En nu is het december.

Na een paar maanden oefenen, kijk ik onbevreesd naar de drukke weken die voor de deur staan. Want ik heb de MAGIE ervaren van grote dingen doen in kleine stappen. En het goede gevoel van iedere dag een beetje beter. Daar waar ik eerst dacht: ”ik heb maar een kwartier tijd, dus het heeft geen zin om aan m’n sinterklaasgedicht te beginnen”, begin ik nu toch en doe wat ik kan doen in 15 minuten. Hoe simpel kan het zijn!? En de beloning is groot. Voorheen was het nachtwerk geworden.. Nu is na 3 dagen een kwartier werk de klus met gemak en zonder stress op tijd geklaard! Scheelt toch weer..

En wat vind ik het heerlijk om taken van mijn lijstje te kunnen strepen! Als ik neig naar uitstellen, stel ik mezelf direct de vraag: Wat is het eerste kleine ding dat ik nu kan doen?

Dat lukt namelijk altijd. En dat geeft rust.

Vanavond aan tafel bedenken we alvast wat we gaan koken op 1e kerstdag.. (check ?)

Daar is geen tijd voor

Daar is geen tijd voor

“We zouden dat probleem eigenlijk eens tot op de bodem moeten uitzoeken.”
“Het zou goed zijn om de afspraken die we met elkaar maken eens goed en helder met elkaar vastleggen.”
“Wat zou het fijn zijn om als MT eens de mogelijkheid hadden met elkaar van gedachten te wisselen zonder de druk van een overvolle vergaderagenda.”
Maar ja, daar is geen tijd voor.
De waan van de dag slokt ons op, agenda’s zitten propvol en (nog) langer werken is ook niet echt een goed plan. Er is dus gewoon geen tijd om die dingen te doen die belangrijk zijn. De dingen die ons verder helpen doelen te bereiken of samenwerken beter en fijner maken.

Vraag is of het wel echt waar is.

De ervaring leert inderdaad dat er de komende weken of misschien zelfs maanden met de beste wil van de wereld geen gaatje te vinden is.
En dus laten we het zoals het is en verzuchten we nu en dan tegen onszelf of elkaar dat er zo weinig tijd is voor wat we eigenlijk zouden willen. Maar wat als je nu, het is december, alvast een paar uur inplant in februari. Voor het aanpakken van probleem X, kwestie IJ of om als team de tijd te nemen voor een agendaloos MT. 
Ik hoor je bijna denken “pas in februari, dan heeft het al bijna geen zin meer.” Begrijpelijk en misschien wel net zo waar.

Het alternatief is de bedoelde zaken te laten voor wat ze zijn. Wetend dat ze tijd en aandacht nodig hebben. Meestal vatten ze overigens vroeg of laat vlam en moeten we onze agenda’s leegpoetsen om een brandje te blussen. Het is dus maar net waar je voor kiest.